FOTOGRAFIE TIPS & TRUCS
illustraties © Csilla Csoke
Deze website kan niet compleet worden weergegeven! U heeft geen of een verouderde versie van Flash Player geinstalleerd!
...............................................................................................................................................
BELICHTINGCOMPENSATIE

Belichting is de hoeveelheid licht waaraan de sensor wordt blootgesteld. Te veel licht maakt de foto flets en te licht; te weinig geeft een donker en somber beeld. De juiste belichting hang samen met de sensorgevoeligheid (ISO waarde), de sluitertijd en het diafragma. De ingebouwde belichtingsmeter van je camera analyseert het licht en berekent automatisch de nodige belichtingsinstelling. Bij ongebruikelijke lichtomstandigheden, of als je een bijzonder effect wilt bereiken, zou je de automatische instelling moeten bijstellen.

Belichtingcompensatie is ook al bij eenvoudige compactcamera`s beschikbaar. Hoe dit werkt, vind je in de handleiding. Wanneer kan belichtingcompensatie effectief zijn? Als de belichting van je scene uitgebalanceerd is maar in zijn geheel niet correct. Lichte onderwerpen, zoals sneeuw, moeten licht zijn en niet middengrijs. Hieronder zie je enkele voorbeelden van de manier waarop de belichting aangepast moet worden.
  • Sneeuwlandschap in helder zonlicht: +1/3
  • Sneeuwlandschap bij bewolkt weer: +2/3; +1
  • Wit onderwerp dat kader vult: +2/3
  • Donker voorwerp dat het kader vult: -2/3
  • Zonondergang - of zonsopkomst voor meer dramatisch effect: -1/3; -2/3
  • Bewolkt weer, landschap zonder hemel: +1/3; +2/3
Deze voorbeelden dienen enkel als leidraad gebruikt te worden. Je doet er goed aan meerdere foto`s te nemen met verschillende compensatiewaarde`s. Veel camera`s bieden de mogelijkheid dit in één keer te doen, belichtingreeks of belichtingtrap genoemd. Het histogram kan je altijd helpen om de belichting van een foto te beoordelen.

...............................................................................................................................................
GEAVANCEERDE METHODE

Je kunt meer controle over het uiteindelijke resultaat hebben, als je in de MANUAL (M) stand fotografeert. Je camera is namelijk erg richtingsgevoelig. Fotografeer je in de P-stand of auto, afhankelijk van hoe je hem voor je houdt, worden de diafragma en sluitertijd bepaald.
In de M-stand moet je alles zelf instellen, dus niet alleen de iso-waarde, maar ook de sluitertijd en diafragma. Het voordeel is, dat je camera dan niet meer richtings- of onderwerpgevoelig meer is.

Meestal heb je al een voorkeur voor een bepaalde diafragma of sluitertijd. Kies dan de A of S-stand op je toestel, nadat je de juiste iso-waarde hebt ingesteld, en neem een foto. Controleer het histogram en noteer de sluitertijd en diafragmawaarde van de genomen foto. Als de foto iets lichter of donderder moet zijn, wijzig je vervolgens de sluitertijd (in A-stand) resp. diafragma (in S-stand) tot het gewenste resultaat. Daarna kan je meerdere foto`s nemen van je onderwerp zonder dat je zorgen moet maken over de juiste belichting!

terug