FOTOGRAFIE TIPS & TRUCS
illustraties © Csilla Csoke
Deze website kan niet compleet worden weergegeven! U heeft geen of een verouderde versie van Flash Player geinstalleerd!
...............................................................................................................................................
SLUITERTIJD EN DIAFRAGMA

De belichting van de foto is afhankelijk van de sluitertijd, het diafragma en de iso-waarde. Alle fototoestellen hebben een ingebouwde lichtmeting die een suggestie doet voor het diafragma en sluitertijd bij een vooraf ingestelde iso-waarde (of auto). Bij diverse omstandigheden kan nodig zijn de sluitertijd of het diafragma te wijzigen, omdat de camera niet weet hoe JIJ de foto wilt hebben en doet daarom de verkeerde suggesties. Afhankelijk van het model kan je kiezen:
    1. Sluitertijd (Shutter Priority): de camera selecteert het diafragma
    2. Diafragma (Aperture Priority): de camera kiest de sluitertijd
    3. Program meting of auto: de camera beide laten instellen
    4. Manual: alles handmatig instellen
...............................................................................................................................................
SLUITERTIJD

De sluitertijd bepaalt bij een camera hoe lang de sensor belicht wordt en hoe een beeld wordt bevroren. De sluitertijd wordt aangegeven in (deel van) seconden. 1/250 betekent een sluitertijd van 1/250e seconde en het is een gangbare sluitertijd voor foto`s overdag.

Een snel bewegende onderwerp wordt bevroren door een korte sluitertijd (1/500 of 1/1000). Het wordt vaak gebruikt voor sportfoto`s. Wil je juist de vloeiende beweging van een waterval vastleggen, gebruik dan een langere sluitertijd.
Avond- en nachtopname`s hebben sluitertijden van meer dan een seconde soms tot een minuut nodig. De meeste simpele compactcamera`s kunnen tot 5" (5 seconde) sluitertijden produceren en zijn slechts geschikt voor avondopname`s en niet voor nachtfoto`s.
Bedenkt wel, dat langere sluitertijden zonder een statief onscherp kunnen worden.

...............................................................................................................................................
DIAFRAGMA EN SCHERPTEDIEPTE

Het diafragma bepaalt de grootte van de lensopening en daarmee naast de belichting ook de scherptediepte. Verwarrend is dat een klein diafragmagetal voor een grote opening staat en omgekeerd. Een diafragmagetal van f2.8 is dus een grote opening.

Het diafragma bepaalt de algehele scherptediepte van een foto. Bij een groot diafragma (getal kleiner dan 3.5) is vaak alleen het scherpstelpunt scherp, daaromheen wordt het al snel onscherp. Deze geringe scherptediepte is vooral voor portretten zeer fraai. Voor landschappen, waarbij de voor- en achtergrond scherp zal moeten zijn, gebruik een hoger getal.

Het diafragma bepaalt ook de hoeveelheid licht dat op de sensor valt. Bij een grote opening (klein getal) valt meer licht op de sensor en wordt de sluitertijd bij gelijke iso-waarde korter. In sommige omstandigheden kan dit handig zijn als er geen statief bij de hand is, denk aan bij fotograferen binnen zonder flits.

terug