Deze website kan niet compleet worden weergegeven! U heeft geen of een verouderde versie van Flash Player geinstalleerd!
.........................................................................................................
PORTRETTEN
Mooie portretten maken is een echte kunst. Allereerst moet je je instrument, je camera, zeer goed kennen. Belangrijkste is dat je weet welk wijziging van een bepaalde instelling welk effect op je scene heeft. Voor een geweldige portretfoto móet je meerdere dingen tegelijk in de gaten houden.
HUIDSKLEUR: witbalans en belichting
Huidtinten zijn bekend en worden daarom door iedereen kritisch bekeken. Bepaal de huidskleur in de opname met de
witbalansfunctie van de camera. Pas de kleurbalans aan, als de lichtomstandigheden veranderen.
Over- of onderbelichting van het gezicht is eerder regel dan uitzondering als je hier niet voldoende aandacht aan besteedt.
Centraal gewogen lichtmeting is meestal nauwkeuriger dan meervoudige patroon- of matrixmeting. Het resultaat is een gemiddelde tint die je dan zal moeten beoordelen in verhouding tot het huidtype van je model en als het nodig is, zal je
belichtingcompensatie moeten toepassen.
Belangrijk is, dat je bij portretfotografie de eerste beelden kritisch beoordeelt, de helderheid (gebruik het
histogram) en de huidskleuren bestudeert en daar waar nodig een correctie toepast!
GEEN SCHADUWEN: gebruik zacht licht
Helder en direct zonlicht is niet de eerste keuze voor portretfoto`s. De schaduwen zijn hard en vallen van bovenaf, het beeldcontrast is erg hoog. Op zulke dagen zoek naar plekken met 'open schaduw': niet de harde, donkere schaduw van een gebouw maar de schaduw van bomen. Een reflecterend oppervlak in harde schaduw, bijvoorbeeld zand of lichte vloertegels, zijn ook een oplossing. Fotografeer je binnen, zet voldoende lampen aan en licht ze op het plafond boven je model niet in zijn of haar gezicht.
SCHERPTEDIEPTE: laag diafragmagetal + telelens (zoom)
Kies het kleinste
diafragmagetal om een mooi vage achtergrond te krijgen (de persoon isoleren van de achtergrond). Kan je geen diafragma bepalen, heb je vast het scene 'portret' beschikbaar.
De scherptediepte wordt ook bepaald door de focuslengte. Telelenzen met 85/100 EFL zijn in het algemeen het meest geschikt voor portretfoto`s. Bij een normale digitale camera betekent dit een optische zoom van minimaal 3x maar liefst 5x. Hoe groter de focuslengte (meer zoom) hoe vager de achtergrond wordt.
COMPOSITIE: ogen als uitgangspunt
Het belangrijkste element van je portret is de ogen van je model. Het is beter niet het hoofd maar de ogen als uitgangspunt nemen voor je compositie en de
2/3 rasterregel toe te passen. Het resultaat oogt natuurlijker.
Let er ook op, dat er geen storende elementen op de achtergrond voorkomen: de horizon net boven de schouders van je model 'onthoofdt' hem als het ware. Het beste is kiezen voor een egale achtergrond.
EXPRESSIE: zorg voor spontaniteit
De uitdrukking van het gezicht is wat een foto speciaal maakt. De meeste mensen voelen zich oncomfortabel als model. Zorg ervoor dat hij/zij iets te doen heeft, dat leidt af en maak continu opnamen (
reeksopnamen).
terug